Turks leren

 

De vorige les

De lessenindex

De volgende les

De achtenvijftigste les - De verleden tijd en de vraagzin

Uitleg

In deze en de volgende les komen we snel even terug op de verleden tijd, na de verleden tijd gaan we door met de werkwoorden en gaan we een paar lastige werkwoordvormen bespreken.

In tegenstelling tot wat je zou denken moeten we even opletten bij het vormen van vraagzinnen in de verleden tijd.  In naamwoordelijke zinnen komt de suffix van de verleden tijd achter het vraagwoordje te staan!


De naamwoordelijke zin
 
Hastaym. Hasta ym?
Hastayn. Hasta yn?
Hastaynız. Hasta ynız?
Hastay. Hasta y?
   
Hastayk. Hasta yk?
Hastaynız. Hasta ynız?
Hastaylar. Hasta ylar?
Hastalar. Hastalar y?


De werkwoordelijke zin

Bekledim. Bekledim mi?
Bekledin. Bekledin mi?
Beklediniz. Beklediniz mi?
Bekledi. Bekledi mi?
   
Bekledik. Bekledik mi?
Beklediniz. Beklediniz mi?
Beklediler. Beklediler mi?
Beklelerdi. Beklelerdi mi?


Geen verwarring

Ik heb je in les 55 gedemonstreerd dat als een werkwoord en een naamwoord een dezelfde stam hebben, dat er dan verwarring kan ontstaan :

Attın. = Jij was een paard. (at = paard)
Attın. = Jij wierp het weg. (atmak = wegwerpen)

Deze verwarring is niet mogelijk in de vragende zin :

At mıydın? = Was jij een paard? (at = paard)
Attın ? = Wierp jij het weg? (atmak = wegwerpen)


NOTA: het stoort me dat ik een vreemde (en totaal onromantische) zin als "Jij was een paard." als voorbeeld neem, het is echter mijn bedoeling om je de grammaticale verschillen tussen naamwoordelijke en werkwoordelijke zinnen te demonstreren.
 


Deze tekst is door mezelf opgesteld, gelieve hem niet te kopiëren zonder voorafgaande toestemming, om deze te bekomen mail me dan op : < fibergeek @ codegurus.be > (gelieve de spaties te verwijderen!).  U kan me op dit e-mailadres ook bereiken i.v.m. opmerkingen, bedenkingen en/of vragen.
 

De vorige les

De lessenindex

De volgende les