|
Turks leren |
|
|
De achtenvijftigste les - De verleden tijd en de vraagzin Uitleg In deze en de volgende les komen we snel even terug op de verleden tijd, na de verleden tijd gaan we door met de werkwoorden en gaan we een paar lastige werkwoordvormen bespreken.
In tegenstelling tot wat je zou denken moeten we even opletten bij het
vormen van vraagzinnen in de verleden tijd. In naamwoordelijke zinnen
komt de suffix van de verleden tijd achter het vraagwoordje te staan!
Ik heb je in les 55 gedemonstreerd dat als een werkwoord en een naamwoord een dezelfde stam hebben, dat er dan verwarring kan ontstaan : Attın.
= Jij was een paard. (at
= paard) Deze verwarring is niet mogelijk in de vragende zin : At mıydın?
= Was jij een paard? (at
= paard)
Deze tekst is door mezelf opgesteld, gelieve hem niet te
kopiëren zonder voorafgaande toestemming, om deze te bekomen mail me dan op
: < fibergeek @ codegurus.be > (gelieve de spaties te verwijderen!). U
kan me op dit e-mailadres ook bereiken i.v.m. opmerkingen, bedenkingen en/of
vragen. |