Turks leren

 

De vorige les

De lessenindex

De volgende les

De vijfenvijftigste les - De verleden tijd

Korte inleiding

Ik hoop dat ik jullie niet verveel met de lessen over werkwoorden?

In deze les zal ik jullie de verleden tijd aanleren.  Er wordt wederom onderscheid gemaakt tussen naamwoordelijke en werkwoordelijke zinnen.  Het verschil is klein maar belangrijk genoeg.

 

Naamwoordelijke zinnen

De suffix voor de verleden tijd is : "-(y)dİ" waarbij de "d" een "t" kan worden.  Zie de "-dE" suffix in les 40.

Ik was ziek. Hastaym.
Jij was ziek. Hastayn.
U was ziek. Hastaynız.
Hij was ziek. Hastay.
Zij was ziek. Hastay.
   
Wij waren ziek. Hastayk.
Jullie waren ziek. Hastaynız.
Zij waren ziek. Hastaylar.
Zij waren ziek. Hastalar.

In ontkennende zinnen worden de suffixen toegevoegd achter het woordje "değil".

Merk op dat er bij de 3de persoon meervoud twee mogelijkheden zijn : -lEr en -(y)dİlEr.

 

Werkwoordelijke zinnen

De suffix voor de verleden tijd is : "-dİ" waarbij de "d" een "t" kan worden.  Zie de "-dE" suffix in les 40.

Ik heb gewacht. Bekledim.
Jij hebt gewacht. Bekledin.
U heeft gewacht. Beklediniz.
Hij heeft gewacht. Bekledi.
Zij heeft gewacht. Bekledi.
   
Wij hebben gewacht. Bekledik.
Jullie hebben gewacht. Beklediniz.
Zij hebben gewacht. Beklediler.
Zij hebben gewacht. Beklelerdi.

Het verschil tussen naamwoordelijke en werkwoordelijke zinnen?  Het ligt hem in de "y" die na een klinker volgt in de naamwoordelijke zinnen.  Een klein maar belangrijk verschil.

In de ontkennende zin komt de verleden-tijd-suffix achter de "-mE"-suffix te staan.

Je ziet ook dat er in de werkwoordelijke zinnen bij de 3de persoon meervoud maar één mogelijkheid bestaat, dit in tegenstelling tot de naamwoordelijke zinnen waar we kunnen kiezen tussen -lEr en -(y)dİlEr.



Voorbeeldzinnen

Ik was thuis. Evdeydim.
Je hebt mij gek gemaakt! Beni deli ettin!
We zijn thuis gekomen, schatje. Eve geldik, canım.
Wat is er gebeurd? Ne oldu?
Gisteren had ik nog veel geld. Dün param çoktu.
   
Ik was niet ziek. Hasta değildim.
Ik ben niet ziek geworden. Hasta olmadım.
   
De soep was heet. Çorba acıydı.
De soep was heet. Çorba acıdı.
   
Hij had medelijden. Aydı.
Hij had medelijden. Acıdı.
Het was heet. Aydı.
Hij had medelijden. Acıdı.
   
Ik heb het weg geworpen/gesmeten. Attım.
Ik was een paard. Attım.

NOTA: "Ne oldu?" kan in de praktijk uitsproken worden als "nooldoe" en wordt daarom soms ook geschreven als "N'oldu?" of "Noldu?" Ook "Ne yapiyorsun?" uit les 25 wordt zo samengesmolten tot "N'apıyorsun?".  Ook andere varianten zoals "N'aptın?" (Ne yaptın?) zijn mogelijk.

NOTA: "acı" is een zelfstandig naamwoord dat "heet" betekent maar dan in de betekenis van te véél peper :-), "acımak" is een werkwoord dat "medelijden hebben/voelen" betekent.

NOTA: "at" is een zelfstandig naamwoord dat "paard" betekent, "atmak" is een werkwoord dat onder andere "werpen/smijten/gooien" betekent.

 


Deze tekst is door mezelf opgesteld, gelieve hem niet te kopiëren zonder voorafgaande toestemming, om deze te bekomen mail me dan op : < fibergeek @ codegurus.be > (gelieve de spaties te verwijderen!).  U kan me op dit e-mailadres ook bereiken i.v.m. opmerkingen, bedenkingen en/of vragen.
 

De vorige les

De lessenindex

De volgende les