|
De negenenveertigste les -
Samenvatting lessen 1 tot en met 48
Korte inleiding
We hebben nu toch al heel wat gezien. Ik heb het nog maar enkel
over de tegenwoordige tijd gehad en de zinnen zijn altijd zonder bijzinnen
gebleven. Er valt dus nog heel wat te bespreken.
Voor we verder gaan wil ik de boel nog wat samen vatten en wat
voorbeelden geven.
Woordvolgorde
Lang geleden, in les 27 leerde ik je de
standaard woordvolgorde in een zin aan : "onderwerp + lijdend voorwerp +
werkwoord", ik zal u nu iets extra leren omdat we nu ook wat meer kunnen
doen met onze zinnen, zie de bepalingen in lessen 40,
41, 42 en
44.
Voor een correcte woordvolgorde moeten we kijken
naar het type lijdend voorwerp (bepaald of onbepaald) :
De standaard woordvolgorde in een zin met een bepaald lijdend
voorwerp is : "Onderwerp + Bepaling van
tijd + Bepaling van plaats + Bepaald Lijdend voorwerp + Meerwerkend voorwerp
+ Werkwoord".
De standaard woordvolgorde in een zin met een onbepaald lijdend
voorwerp is : "Onderwerp + Bepaling van tijd + Bepaling van plaats
+ Meerwerkend voorwerp + Onbepaald Lijdend voorwerp + Werkwoord".
Zoals altijd kan er worden afgeweken van deze
volgorde, enkel een onbepaald lijdend voorwerp moet vlak vóór zijn werkwoord
blijven staan!
Dus :
| Peter saat dokuzda çayı Ankara'ya getiriyor. |
Peter brengt de thee om
9 uur naar Ankara. |
Je weet ook dat van deze standaard woordvolgorde afgeweken word.
Het dichter een zinsdeel bij het werkwoord staat, hoe belangrijker het
geacht wordt :
| Peter saat dokuzda
Ankara'ya çayı getiriyor. |
Peter brengt de thee om
9 uur naar Ankara. |
| Peter Ankara'ya
çayı saat dokuzda getiriyor. |
Om 9 uuur brengt Peter
de thee naar Ankara. |
| Peter
çayı Ankara'ya saat dokuzda getiriyor. |
Peter brengt de thee om
9 uur naar Ankara. |
Vraagzinnen
In het Turks zijn er twee soorten vraagzinnen. Eentje met een
vraagwoord en eentje met een losgeschreven vraagsuffix. Deze
vraagsuffix staat normaal achteraan of vlak voor het werkwoord. Elk
zinsdeel kan in vraag worden gesteld.
| Peter saat dokuzda çayı Ankara'ya getiriyor mu? |
Brengt Peter de thee om
9 uur naar Ankara? |
| Peter Ankara'ya
çayı saat dokuzda mı
getiriyor? |
Is het om 9 uur dat
Peter de thee naar Ankara brengt? |
| Peter saat dokuzda
çayı Ankara'ya mı
getiriyor? |
Is het naar Ankara dat
Peter om 9 uur de thee brengt? |
| Saat dokuzda
çayı Ankara'ya Peter mi getiriyor? |
Is het Peter die om 9
uur de thee naar Ankara brengt? |
| |
|
| Saat dokuzda
çayı Ankara'ya kim getiriyor? |
Wie brengt de thee om 9
uur naar Ankara? |
| Peter Ankara'ya
çayı saat kaçta getiriyor? |
Om wat uur brengt Peter
de thee naar Ankara? |
| Peter saat dokuzda
çayı nereye getiriyor? |
Naar waar brengt Peter
de thee om 9 uur? |
| Peter saat dokuzda
Ankara'ya neyi getiriyor? |
Wat brengt Peter om 9
uur naar Ankara? |
Hebben
Ik heb je verteld dat het werkwoord "hebben"
niet bestaat in het Turks. Er wordt een constructie gebruikt met de
bezitssuffix en het woordje "var" (aanwezig).
Afwezig = yok.
| Kimin
çayı var? |
Wie heeft er thee? |
| Peter'in
çayı var. |
Peter heeft thee. |
| Kimin
çayı yok? |
Wie heeft er geen thee? |
| Peter'in
çayı yok. |
Peter heeft geen thee. |
Nog wat voorbeelden
| Kimin? |
Van wie? |
| Erdal'ın. |
Van Erdal. |
| |
|
| Kimin bu? |
Van wie is dit? |
| Erdal'ın
bu. |
Dit is van Erdal. |
| |
|
| Hasta mı
oluyorsun? |
Echt? Ben je ziek
aan het worden? |
| Evet, çok hasta oluyorum. |
Ja, ik ben heel ziek aan
het worden. |
| Hasta mısın? |
Ben je ziek? |
| Evet, çok hastayım. |
Ja, ik ben heel ziek. |
Hasta mı
oluyorsun?*¹ |
Echt? Ben je ziek
aan het worden? |
Evet, çok hastayım.*¹ |
Ja, ik ben heel ziek. |
Hasta mısın?*¹ |
Ben je ziek? |
Evet, çok hasta
oluyorum.*¹ |
Ja, ik ben heel ziek
aan het worden. |
| |
|
| Peter'in hastası
beni hasta ediyor. |
Peter's ziekte maakt mij
ziek. |
| Ben hasta değilim. |
Ik ben niet ziek. |
| |
|
| Çay Ankara'ya
getiriliyor. |
De
thee wordt naar Ankara gebracht. |
Çayı Ankara'ya getiriliyor. |
De
thee wordt naar Ankara gebracht. |
| Çayı Ankara'ya
getiriliyor. |
Zijn
thee wordt naar Ankara gebracht. |
| Çayı Ankara'ya
getiriyoruz. |
Wij brengen de thee naar Ankara. |
Çayı Ankara'ya
getiriyoruz. |
Wij brengen zijn thee naar Ankara. |
| Çayını Ankara'ya
getiriyoruz. |
Wij
brengen zijn thee naar Ankara. |
| Çayını Ankara'ya
getiriyoruz. |
Wij
brengen jouw thee naar Ankara. |
| |
|
| Neyi tamir ediyorsun? |
Wat ben je aan het
herstellen? |
| Kitabın
kapağını tamir ediyorum. |
Ik ben de kaft van het
boek aan het herstellen. |
| Ne tamir ediliyor? |
Wat wordt er hersteld? |
| Kitabın
kapağı tamir ediliyor. |
De kaft van het boek
wordt hersteld. |
*¹ Als de vraag met "worden"
is, dan moet het antwoord ook zo zijn. Is de vraag met "zijn",
dan moet het antwoord ook met "zijn" zijn.
Deze tekst is door mezelf opgesteld, gelieve hem niet te
kopiëren zonder voorafgaande toestemming, om deze te bekomen mail me dan op
: < fibergeek @ codegurus.be > (gelieve de spaties te verwijderen!). U
kan me op dit e-mailadres ook bereiken i.v.m. opmerkingen, bedenkingen en/of
vragen.
|